de Duif PDF Print E-mail
Bron: Tijdschrift voor de Stedenbouw, nummer 575, februari 2001

Waagstuk aan de prinsengracht

In het lang vervlogen tijden was de rooms katholieke eredienst in Nederland een religieus - politiek probleem. De rooms katholieke kerk mocht de mis niet uitdragen in het openbaar. Alleen achter gesloten deuren werd het opdragen van de mis getolereerd. Schuilkerken (zogenoemde ‘staties’: woonhuizen waar katholieken heimelijk bijeenkwamen) ontstonden. Op de plek waar nu het kerkgebouw ‘De Duif’ zich bevindt was ooit zo’n schuilkerk. Na de afkondiging van de vrijheid van godsdienst door de Bataafse Republiek in 1796 werd het eerste kerkgebouw opgericht op het adres Prinsengracht 756. In 1857 werd de kerk herbouwd naar een ontwerp van Th. Molkenboer. Dit gebouw wordt nu aan en ingrijpende restauratie onderworpen.

De restauratie van ‘De Duif’ is noodzakelijk vanwege een aantal historische ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die kerkelijk-maatschappelijk van aard zou zijn en puur bouwkundige ontwikkelingen. Om met de kerkelijke-maatschappelijke te beginnen: in het midden van de vijftiger jaren onderging het gebouw een ‘restauratie’, die de schilderingen van het interieur achter platen, witkalk, witte en blauwe verf lieten verdwijnen.

De oude kruiswegstatie werd gesloopt. Na deze verzakelijking was het bisdom Haarlem aan het einde van de jaren zestig van plan om ‘De Duif’ te slopen en het perceel aan een projectontwikkelaar te verkopen.
In januari 1974 werd het gebouw gekraakt door een groep ‘verontruste’ kerkgangers. De slechte verstandhouding tussen deze groep en het bisdom leidde ertoe dat het onderhoud aan de kerk werd verwaarloosd.

Kapconstructie

Dit brengt ons bij de bouwkundige ontwikkelingen, die noodzaakten tot een grondige restauratie. De voorgevel van natuursteen ging verzakken. De gevel is verankerd in het metselwerk. De ankers zijn gaan roesten en daardoor kon de stabiliteit van de voorgevel niet meer worden gewaarborgd. Een tweede factor van het belang was de kanconstructie. Al bij de bouw van het gebouw in 1857 zijn er verkeerde taxaties gemaakt in de constructie van de kap. Hierdoor is de structuur door gaan zakken. De kap drukt de muren uit elkaar. Scheuren van 25 tot 30 cm zijn geen uitzondering. Redelijkerwijze was er sprake van een instortingsgevaar.

Onwil overwonnen

In 1982 kwam het pand definitief op de Monumentenlijst. Door de onwil van het Bisdom de Duifgemeenschap als volwaardige gesprekspartner te beschouwen duurde het 21 jaar alvorens het gebouw in eigendom werd overgedragen aan het Amsterdams Monumentenfonds. Zo bleef de ernstig verzakte zandstenen gevel bijna 25 jaar in de steigers staan. De gevel is nu hersteld. Daarbij heeft men op het zogenoemde terughoudende wijze gerestaureerd. De gevel is niet opnieuw opgebouwd, maar in fasen gerestaureerd. Er werden nieuwe bevestigingen aan het metselwerk gecreëerd. Scheuren werden opgevuld. In het algemeen werd de gevel opgetrokken. De brokstukken van het oude gietijzeren raamwerk in het centrale venster werden opnieuw aan elkaar bevestigd. Het gietijzeren kruis op de top van het dak, vlak boven de vergulde duif, is opnieuw geconstrueerd

Nieuwe bestemming

Er zijn plannen om in de nabije toekomst de kerk te gaan gebruiken als concertzaal. Om eventuele geluidsoverlast van binnen naar buiten tegen te gaan is er besloten dubbele beglazing aan te brengen. Het orgel, dat uit de jaren 1862-1864 stamt, is geheel gedemonteerd. Het wordt opnieuw in elkaar gezet nadat het schoongemaakt en hersteld is. Door de verzakkingen van de muren heeft het bedieningsmechaniek lange tijd problemen gehad. Bij de herbestemming van de kerk hopen de restaurateurs dat het orgel gen problemen meer heeft en ingeschakeld zal kunnen worden bij eventuele concerten.

 

Fraai voorbeeld van terughoudend restaureren

De restauratie van de oude gebouwen kent vele varianten. Den meest rigoureuze variant daarvan is de totale herbouw van een monumentaal gebouw. De aanbouw van voorheen niet aanwezige tierelantijnen ( vaak gebaseerd op oude prenten en tekeningen) en de sloop van uit latere jaren afkomstige toevoegingen maken dat dit soort gebouwen vaak meer een attractie uit een historische Efteling is dan dat ze werkelijk een verantwoorde bouwkundige ontwikkeling tonen. Bij ‘De Duif’ heeft het Amsterdams Monumentenfonds uitdrukkelijk niet gekozen voor deze vorm van restaureren. Een terughoudende restauratie waarbij de ontwikkeling van het gebouw op verantwoorde wijze wordt getoond zonder te vervallen in vermeend historische fantasietjes leidt aan de Prinsengracht tot een herstelde kerk, die een mooie toekomst als concertzaal tegemoet gaat.